“Geef altijd het beste wat je hebt. Meer hoeft niet. Maar laat het vooral ook niet minder zijn!”

Nadat hij jarenlang een van de gezichten van de EO-Jongerendag en Ronduit Praise was, werd hij voorganger van de Evangelische Gemeente Jozua-Dordrecht. Onlangs startte hij als zzp’er in preken, schrijven en coachen: Wim Grandia. Wie is de man achter dit ‘gezicht van…’, wat drijft hem en hoe kijkt hij aan tegen ontwikkelingen in christelijk Nederland? Uitdaging gaat het gesprek aan met Wim Grandia.

Artikel Uitdaging klein

Wim Grandia (1961) ontvangt op een warme zomerdag in de gerieflijke tuin. Trots laat hij de zelf aangelegde grondverlichting zien. Hij lijkt te genieten van zijn nieuwe woning waar hij woont sinds hij drie jaar geleden met Sonja hertrouwde, nadat zijn vrouw Gees enkele jaren daarvoor was overleden. Grandia groeide op in de rechterflank van de Christelijke Gereformeerde Kerk, de Gereformeerde Gemeenten en de Hervormde kerk. Grandia: ‘Nu ik wat ouder ben, ben ik mijn opvoeding meer gaan waarderen. Ik ging naar de zondagschool, catechisatie en er werd natuurlijk Bijbel gelezen aan tafel. Maar als puber vond ik het vreselijk om met mijn vader, een ouderwetse godsdienstleraar, geassocieerd te worden. God was voor mij de boeman van wie je niets mocht, die erop uit was om mij elk plezier te ontnemen’.

Een nieuwe fiets
De jonge Wim was, vertelt Grandia, “zeer rebels”: ‘Op school was ik recordhouder “eruit worden gegooid in een cursusjaar”. Daar was ik erg trots op’. Met een jeugdbende beging hij berovingen. Toen hij om die reden als vijftienjarige eens in de cel belandde, zei hij tegen God: “Als je bestaat, is het jouw schuld dat ik hier zit”. Grandia nu: ‘Ik zei heel bewust “je” tegen God. Het was me niet gelukt om niet in Hem te geloven, maar ik zette me wel tegen Hem af. Als Hij zou bestaan, dacht ik in de cel, dan kon Hij mij behoeden dat ik verder af zou glijden’.

Was je gelukkig in die tijd?
‘Absoluut niet. Ik probeerde het zwarte gat te vullen, maar ik werd steeds ongelukkiger en banger. Ik groeide op met het idee van “de rechterstoel des Heren”. Ik wist dat ik met mijn gedrag naar de hel moest. Met mijn grote bek overblufte ik die angst”. Grandia kwam in contact met de Kinderbescherming en sprak af dat hij in het bijzijn van hen én zijn ouders het geloof zou afzweren. Voordat het zover was, kregen zijn ouders eerst de wind van voren van de jongerenwerkers. Wim: ‘Ik zag ze in elkaar krimpen. Tijdens dat gesprek begon ik in te zien: “dit is onrecht! Ik heb die slechte keuzes gemaakt”. Grandia zwoer het geloof niet af, tot woede van de Kinderbescherming. Na afloop nam zijn vader hem mee naar een fietsenwinkel: Wim mocht een nieuwe fiets uitkiezen. Op de prijs hoefde hij niet te letten: ‘Ik koos de duurste fiets, zo was ik dan ook wel weer. Mijn vader zei: “We doen dit om te laten zien dat we van je houden. Je bent onze zoon”. Ze lieten me iets zien van Gods vaderhart: ze schonken me genade boven recht; ze hadden het recht me de deur uit te zetten. Ik had niets verdiend. Maar ik kreeg een fiets’.

Tranen
De onverdiende fiets bleek een schakelmoment in het leven van Wim Grandia. Enkele jaren later raakte hij bevriend met een enthousiaste, jonge christen. Wim raakte meer geïnteresseerd in God. Tijdens een activiteit van de koffiebar zei hij: “God, als U echt bestaat, wilt U zichzelf dan laten zien?”. Grandia: ‘Als een bliksemschicht kwam de liefdevolle God toen binnen. De verandering was zó groot: het licht ging aan in een pikdonkere kamer. Ik vertelde er van alles over tegen mijn criminele vrienden. Ze hebben me toen vrij snel gedumpt’. De evangelist in Grandia was wakker geworden: ‘Ik hou ervan om dingen te delen, net als dat ik zojuist de tuinverlichting liet zien. Toen wilde ik delen dat God mij gevonden had’. Hij werd vrijwilliger bij de Evangelische Omroep en al snel volgde een vaste aanstelling. Grandia ging aan de slag bij de Ronduitclub, ‘niet wetende dat ik dat 24 jaar zou volhouden’.

Je hoort nogal eens zeggen: De EO van nu is niet meer de EO van begin jaren tachtig…
‘Logisch, want het publieke bestel is ook heel anders. De EO weet van bedreigingen een uitdaging te maken. Het baart me wel zorgen dat er als gevolg van de Hilversumse strijd om kijkcijfers minder ruimte is voor directe verkondiging. In onze tijd glimlachten we: “Ook al hebben we een slecht kijkcijfer, Jezus is verkondigd. Halleluja”. Dat is nu anders, maar ik zou niet weten hoe de EO het beter zou moeten doen. Bij Knevel & Van den Brink grijpen Andries en Tijs elke mogelijkheid aan om iets over het geloof te vragen. Vaak denk ik: “zeg nu eens dat ze Jezus nodig hebben!”. Maar dan haakt de kijker af. Het is zo makkelijk om de EO van alles te verwijten. Ik denk niet dat de evangelisten van toen het nú zouden redden op tv. Met The Passion had ik eerst wat moeite. Maar toen ik er ook prachtige getuigenissen hoorde, kreeg ik tranen in mijn ogen’.

Sprankeling
Nog zo’n verandering: evangelischen en traditionele kerken lijken naar elkaar toe te groeien. Evangelische gemeenten vormen kerkverbanden, doen mee aan de Nationale Synode, zetten geloofswaarheden op papier. En tegelijkertijd waait een evangelische wind door de gevestigde kerken.
‘Evangelischen en traditionelen groeien inderdaad naar elkaar toe. Maar ik ben wel bezorgd over de evangelische beweging. Ik heb soms weleens het gevoel dat er een generatie verwende koningskinderen opgroeit. Jongeren hebben álles wat hun hartje begeert: samenkomsten in hun eigen taal en met muziek, licht en rookmachines. Ik zag ze op een ochtend eens tijdens een evangelische dienst: ze zongen nauwelijks mee. ‘s Avonds was ik bij een gereformeerde bondsdienst met dwarsfluit en piano. Alles zong mee, er was een sprankeling. Als evangelischen hebben we ons zo gefocust op de aansluiting bij de cultuur, dat de boodschap versimpeld is.

Ik ben opgegroeid met het angstige “vreze des Heren”, maar soms denk ik: iets meer “vreze des Heren” mag wel, jongen. Genade moet een ontdekking zijn die voortkomt uit een worsteling. Dat je ermee zit dat jij het niet waard bent om bij God te horen. Om überhaupt te leven’. De indeling van de gereformeerde Heidelbergse Catechismus – ellende, verlossing en dankbaarheid – is zo gek nog niet, vindt Grandia. Tegenwoordig krijgen jongeren, vindt Grandia, ‘een geestelijke aai over de krullenbol door steeds maar te horen dat God van hen houdt. Dat kan een papegaai-verhaal met lege begrippen worden. Ik mis dan doorleefde genade, ook bij volwassenen. “Je preekt zo reformatorisch over zonde en ellende”, hoor ik wel eens. “Dank je voor het compliment”, zeg ik dan. Maar het centrale thema in mijn preken is genade. Om die te doorleven, moet je weten waarom je die nodig hebt. Dat is een kenmerk van de klassieke gereformeerde preek. Ik ben dus blij dat reformatorischen en evangelischen naar elkaar toegroeien’.

Nu gaat dit ook over ‘onze jongeren’. Een hele generatie jongeren is opgegroeid onder jouw toespraken op de Jongerendag, bij Ronduit Praise. Treft jou op dit punt ook blaam?
‘Laat ik bescheiden zijn: we hebben geprobeerd onze verhalen echt in balans te houden. De Bijbelstudies duurden drie kwartier tot een uur in plaats van 12 minuten. Dat ging echt de diepte in. Uit zuivere motieven legden we verbinding tussen de zondag en de rest van de week. En toen ik eens zag dat jongeren ons, muzikanten, ademloos aanstaarden alsof we popsterren waren, heb ik de dienst middenin een lied stilgelegd: “stop!”. De show moet ondergeschikt zijn aan de inhoud. Toeters en bellen van dans en drama zijn prima, maar kom niet aan het Woord. Dat moet centraal staan; Sola Scriptura: dat is ook weer reformatorisch. Veel vormen zijn gericht op emoties. Maar het Woord zegt ook: “we moeten geraakt worden in ons denken”. Het evangelische geloofsgoed is de afgelopen decennia op het voelen gericht geweest als reactie op het rationele binnen de kerken. Gelukkig worden we ons er steeds meer van bewust’.

Aanschouwen
Grandia schenkt een glaasje fris in, ter verkoeling van de zomerse hitte. We komen te spreken over Gees, zijn eerste vrouw die in 2009 overleed aan kanker. Wim Grandia was toen 47 jaar en bleef met zijn vijf kinderen alleen achter. De Jozua-gemeente waaraan ze als voorgangersechtpaar verbonden waren, werd in diepe rouw gedompeld. En er kwamen vragen: waarom is zij niet beter geworden? Grandia geeft aan dat hij niet anders dan voorheen ook nu geloof heeft in genezing en wonderen: ‘God kan genezen, maar dat zijn meestal uitzonderingen’. Hij vertelt dat Gees en hij “alles uit de evangelisch-charismatische kast trokken”: bidden, vasten, ziekenzalving, gebedsgenezingsdiensten, enzovoorts, Grandia: ‘Gees ging er ook vanuit dat ze zou genezen. Ze was ervan overtuigd dat God haar genezing wilde gebruiken om Zijn naam bekend te maken in Dordrecht’. 

Talloze gemeenteleden zeiden profetieën te krijgen dat zijn vrouw zou genezen. Grandia is er terughoudend over: veel van zulke woorden horen volgens hem thuis ‘in de categorie wishfull thinking, hoe goed bedoeld ook. Een man was na het overlijden van Gees het vertrouwen in God kwijtgeraakt’. Wim krijgt tranen in zijn ogen: ‘Dat vind ik zó erg! Hij loopt al vijf jaar te knokken met God omdat Gees niet genas. Heb ik de gemeente destijds wel genoeg duidelijk gemaakt dat die profetieën misschien ook niet zouden uitkomen?’. In de rouwperiode die op het overlijden volgde, leerde Grandia door de diepte en depressie heen wat geloof is: ‘Maandenlang had ik geen idee waar God was. Ik ervoer hem niet. Ik werd teruggeworpen op mijn geloof. Alleen daardoor wist ik dat Hij mij nabij was, niet door aanschouwen. Er viel niets te aanschouwen. Door het lijden heen leerde God mij deze dingen die ik anders nooit, nooit, nooit had geweten’.

Mannen
Na enkele jaren ontmoette hij Sonja, met wie hij hertrouwde. Afgelopen juli stopte Grandia als voorganger van de Jozua-gemeente. Hij was toe aan een nieuwe stap en richtte een eigen bedrijfje op dat de naam ‘Grandia CPW’ draagt: Coaching, Preaching, Writing. Hij wil zijn dertig jaar ervaring delen door gemeenten en groepen te dienen als interim-voorganger, spreker en schrijver. Grandia: ‘Ik heb hart voor mannen. Dus spreek ik graag op onder meer mannenconferenties, maar ik geef hun ook huwelijkstrainingen; daar heb ik een speciaal programma voor ontwikkeld. Ook wil ik gemeenteleiders coachen’. Wie de agenda op zijn website bekijkt, ziet dat Grandia voorlopig ‘volgeboekt’ is; een woord dat hij zelf – gelet op het geestelijke karakter van zijn werkzaamheden – wat te commercieel vindt klinken. Maar, legt hij uit, ook voorgangers die niet in dienst zijn van een gemeente moeten eten en de hypotheek betalen: ‘Gelukkig snapt iedereen dat’.

Wim Grandia. Het leven heeft hem, door het lijden heen, rijper gemaakt: ‘Ik kon altijd behoorlijk vierkant zijn, maar na het overlijden van Gees werd ik ronder. Ik ben minder stellig geworden’.

Tekst: Sjoerd Wielenga

© 2018 Grandia CPW - Realisatie door CommPro Automatisering
joor design