“Geef altijd het beste wat je hebt. Meer hoeft niet. Maar laat het vooral ook niet minder zijn!”


Jozua site

'Ik leef meer vanuit genade'

‘Wim, je bent een goede spreker, maar ik hoor aan je prediking dat je nooit met je voeten in de modder van de gemeente hebt gestaan.’ Dat zei Ron van der Spoel tegen mij op een mannendag waar ik tien jaar geleden sprak. Confronterend ja. Ik werkte bij de EO en dat is echt anders dan in de gemeente. Je bent dan toch meer gericht op de breedte, op productie en organisatie. Maar in het Koninkrijk van God gaat het niet om productie maar om mensen. Bij mij groeide toen een diep verlangen om met mensen de diepte in te gaan. Jozua kwam op mijn pad en ik ben de diepte ingegaan! Ik heb de afgelopen acht jaar ongelofelijk veel mogen leren, geven én ontvangen! 

Weerbarstig
Zo heb ik juist in de gemeente geleerd dat er soms een kloof is tussen Gods heilige en volmaakte principes en de gebrokenheid van het dagelijkse leven. Een voorbeeld. Net als God haat ik echtscheiding, maar ik heb ook gezien en meegemaakt dat niet-scheiden soms nog erger is. Ik vond het moeilijk om daarin mijn weg te vinden, omdat je je steeds afvraagt of je dan toch geen water bij de wijn doet. Of je Gods heilige geboden dan toch niet aanpast aan de weerbarstige praktijk van het leven. Misschien heb ik dat wel gedaan, maar ik heb altijd gebeden: ‘Heer, bewaar mij ervoor.’ Een ander voorbeeld. Ik geloof dat Jezus mensen geneest. Een kenmerk van Zijn volgelingen is dat zij zieken de handen opleggen, waarna zij genezen zullen zijn. Dat zijn geen mooie praatjes. Maar de vervulling van Gods principes wordt belemmerd en tegengehouden door de gebrokenheid van deze wereld, van de schepping. Eens worden die principes ten volle werkelijkheid, maar nu ten dele.  

Meer genade
Ik ben ook veel meer gegroeid in het leven vanuit de genade. Bij de overspelige vrouw zei Jezus: ‘Wie zonder zonde is, gooit de eerste steen’. Hij had dat dus mogen doen. Maar Hij deed het niet. Hij ging in tegen de wet van Mozes omdat Hij haar gebroken hart zag en met innerlijke ontferming werd bewogen. Als herder van de gemeente kreeg ik vaak te maken met schapen die verwond waren. Je kunt ervoor kiezen om op een belerend toontje te vertellen hoe het komt dat hij of zij zo verwond is en dat het vooral zijn eigen schuld is. Maar een beetje herder zal eerst het verwonde schaap verbinden en genezen. Later komt er wel een moment waarop je kan zeggen: ‘Zullen we eens gaan kijken hoe het zover is gekomen en wat kunnen we ervan leren?’

Beter luisteren
Ik heb geleerd om meer te luisteren en minder te praten. Soms weet je in een gesprek na vijf minuten waar de schoen wringt. Dat is leuk, maar wat heeft een ander eraan als je dat meteen zegt? Die ander wil gewoon dat je luistert en op hartsniveau communiceert. Ik heb vaak op het puntje van mijn tong moeten bijten en de juiste timing moeten afwachten waarop je de weg kunt wijzen en de juiste keuzes kunt aandragen. Het heeft mij ook geleerd dat God een eindeloos geduld heeft met ons allemaal. Als ik al relatief snel weet hoe de vork in de steel zit, hoeveel eerder onze God! Hij weet allang wat voor mij het beste is. Niettemin geeft Hij mij de ruimte om te zoeken, te struikelen, verkeerde wegen in te slaan en zelf te ontdekken wat wel en niet naar Zijn wil is dan wel verstandig is. 

Ons hart
Betekent dit dat alles geoorloofd is? Jezus was genadig en liefdevol, maar de Farizeeërs sabelt Hij genadeloos neer. Jezus kijkt naar ons hart. In de afgelopen acht jaar heb ik bij het optrekken met mensen zoveel mogelijk gekeken naar hun hart. Hoe oprecht waren ze? Natuurlijk kunnen mensen zich verschuilen achter mooie woorden. Maar door levenservaring en door biddend te luisteren liet ik me meestal niet om de tuin leiden. Als het complex was, overlegde ik met anderen. Het was heerlijk om de afgelopen twee jaar met Joop te sparren, heel waardevol. Dan nog kan ik of kunnen wij foute keuzes maken, maar daarvoor geldt dat je ze erkent en vergeving vraagt.  

Rouwproces
Ik heb Gods trouw in al die jaren in ruime mate mogen ervaren. Toen wij in de gemeente kwamen, speelde er veel. Een moeilijke periode. Maar telkens ervoeren we dat God zei: ‘Wees sterk en moedig, Ik zal je leiden en moed geven’ (Jozua 1: 9). Ook tijdens de ziekte en na het overlijden van Gees heb ik Gods trouw intens ervaren. In het rouwproces begreep ik God niet meer en was ik Hem kwijt. Mijn ervaring en beleving was dat Hij uit mijn leven was verdwenen. Ik had het gevoel dat ik in de put zat, in de modder verdween en zou stikken. Ik heb het uitgeschreeuwd: ‘Er moet toch ergens een bodem in deze put zijn?’ Op een avond was ik ten einde raad en voordat ik huilend in slaap viel, riep ik tot God: ‘Heer, als nu die bodem niet komt, dan weet ik niet of ik morgenochtend wel wakker word. Ik stik in mijn angst, mijn eenzaamheid en wanhoop.’ Ik had die avond niet de wekker gezet en ontwaakte op het geluid van de radio. Die stond op Groot Nieuwsradio. Op dat moment klonk er een lied: ‘Hoe diep je ook wegzakt, God zal er zijn. Hij is de bodem en rots van je leven.’ Ik huilde weer, maar niet meer van wanhoop. Wel vanuit het besef: ‘Zie je wel, Hij laat mij niet gaan. Hij is de rots van mijn leven. Ik zal niet verdrinken. God is te vertrouwen, helemaal.’ 

Gods waarheid
God is ook een God van trouw als Hij door mijn prutswerk heen tot Zijn doel komt met mensen. Dat bedoel ik niet vroom, maar ik heb altijd gewerkt in het bewustzijn dat gemeentewerk mensenwerk blijft als God er niet doorheen werkt. Zijn kracht zie je door mijn zwakheid heen. Dat zeg ik met overtuiging. Ik heb in mijn leven veel last gehad van minderwaardigheidsgevoelens. God heeft me daarvan genezen, zodat het mij niet meer belemmert en verlamt. Maar het blijft een zwakke plek. Als je bijvoorbeeld het podium op moet, dan hoor ik net daarvoor een stemmetje: ‘Het wordt straks niets, je kunt het niet, ze lopen weg.’ Het zijn leugens van satan die ik als krijgsgevangenen bij de Heer breng. Een van de pijlen van satan is ontmoediging. Die mogen we weerstaan in de naam van Jezus. Ik heb mogen leren om minder waarde te gaan hechten aan mijn gevoelens en meer aan Gods waarheid over mijn leven. Of ik nu goed of slecht heb gepresteerd, ik ben in Christus aanvaard. Punt uit. Mijn prestaties doen niets af aan mijn status in Christus. Al zou de hele gemeente mij uitkotsen, ik ben aanvaard door God. 
Dat wil niet zeggen dat alles wat ik doe goed is. Als ik tot de conclusie kwam dat ik fouten maakte, vroeg ik vergeving, bijvoorbeeld als ik op harde toon mijn punt had gemaakt. Maar het werd lastig als mensen zich onheus bejegend voelde en vergeving wilde afdwingen. Dan kon ik alleen maar zeggen: ‘Ik voel me niet schuldig, maar als ik je met mijn woorden of beslissing heb gekwetst, dan spijt me dat.’ Soms weet je niet of je fout zit en dan liet ik mij spiegelen door mede-oudsten. 

Loslaten
Leren loslaten is ook iets wat ik heb geleerd. Niet in de zin van: bekijk het maar. Maar dan gaf ik mensen en situaties terug aan God en liet het aan Zijn verantwoordelijkheid over. Dat was soms moeilijk, omdat je met iemand of een stel door een proces heenging waarin je hoopte op herstel, genezing en verzoening. Maar ik kan geen problemen oplossen, dat kan God alleen. Hij alleen kan voor uitkomsten zorgen. Ik kan hooguit coachen en al biddend paaltjes uitzetten. 
Ik ben God ongelofelijk dankbaar voor de plaats die ik in deze gemeente heb mogen innemen. Nu ga ik weer werken in de breedte. Maar met meer wijsheid en inzicht. Voor ons allemaal hoop ik dat we ons altijd de vraag blijven stellen: is wat ik wil zeggen of doen in het spoor van de Geest? Als je twijfelt, niet doen. Zet pas weer een volgende stap als je in het spoor van de Geest bent.”

© 2018 Grandia CPW - Realisatie door CommPro Automatisering
joor design